DURGERDAM SLIEP, MAAR IS ONDERTUSSEN WAKKER GEBELD
Voor Durgerdam spiegelt zich een grote maan in het Buiten-IJ. De torenklok slaat drie uur; het water klotst zachtjes tegen de steiger van De Oude Taveerne. De nacht is geduldig. Anderhalf uur lang gebeurt er niets. Dan verschijnt onderaan de dijk een lichtje dat langzaam groter wordt, dan twee koplampen, dan een taxi waaruit twee mannen rollen. Dorstige mannen. Ze ruiken naar whisky (Rutger Molenkamp) en bier (Jeroen Zijlstra). Met het lied Durgerdam slaapt hebben ze zojuist de Annie M.G. Schmidt-prijs gewonnen.
Terwijl ze de meegebrachte binnenkomer geroerd in ontvangst nemen ('Laphroaig, mijn merk!'), kijkt vanachter hun rug Annies borstbeeld grootmoederlijk toe. Tot het met toenemende vaart uit het zicht verdwijnt - op de hoedenplank van een grijswitte Mitsubishi van Taxi Direct. De consternatie is hevig maar kort. 'The story of our lives', concluderen de feestvarkens beteuterd.
Even later klinkt Zijlstras hese stem melancholiek uit de speakers; buiten strekken zich de weilanden tot Amsterdam uit.
Stilte om de huizen aan de Durgerdammerdijk
Weemoed op het spiegelgladde water
s Morgens vier uur, vogels, mensen, alles ligt te slapen
Niemand heeft gezien dat ik er ben (...)
Mist ligt op het weiland, rond de koeien die er grazen
Nevel op de slootjes die ik als mijn broekzak ken
Haast te zoet om waar te zijn, m'n dorp als een oase
Niemand heeft gehoord dat ik er ben (...)
Molenkamp: 'Ik vind het heel mooi dat juist dit lied is uitgekozen in deze tijd van oorlog: m'n dorp als een oase. Het liedje op zich is ook een oase - van rust. Als tegenhanger van grote geweld dat op je af komt.' (stilte).
Zijlstra: 'Het is geen anti-oorlogslied, natuurlijk.' (lange stilte)
Molenkamp: 'Juist iets dat er helemaal buitenstaat. Met eh-menselijkheid.' (heel lange stilte)
Zijlstra: 'Het gaat eigenlijk helemaal nergens over, maar misschien is dat wel waar je het uiteindelijk het meest behoefte aan hebt als je naar Bush luistert.' (ontzettend lange stilte)
Molenkamp: 'Zal ik dan toch die fles ook nog maar ontkurken?' (gejuich, applaus, Kezman-gebaren).
Ze zijn trots en blij, en geef ze ongelijk. Als winnaar van het beste kleinkunstlied van 2002 hebben ze zich in geschaard in een rijtje met illustere namen als Jan Boerstoel, Bram Vermeulen, Maarten van Roozendaal en Erik van Muiswinkel & Diederik van Vleuten. Jury-voorzitter Frits Spits concludeerde: 'Een lied dat zo rijk is aan beelden, dat tegelijkertijd zoveel aan de verbeelding overlaat, dat mysterieus blijft, dat muzikaal zo spannend is, kan niet anders dan de meest prestigieuze prijs verdienen die er in Nederland voor liedjesmakers voorhanden is.' De uitspraak van de jury was unaniem.
Zijlstra: 'Deze erkenning te krijgen van anderen dan ikzelf vind ik zonder meer prettig, ja. Dat er ergens een paar mensen bedenken: die vogel zullen eens even fijn een prijs toebedelen. Anders moet je het elke ochtend zelf doen: je bent geweldig, kom nou maar uit je nest, weet je wel.' Hij won, omdat hij de tekst en muziek van het liedje schreef, de prijs op persoonlijke titel. 'Het beeldje van Annie komt hier op de vensterbank te staan - als het nog terugkomt - maar wanneer ik geen band had gehad, was er geen Durgerdam slaapt geweest.' De band Zijlstra bestaat - naast Jeroen en saxofonist, componist en arrangeur Molenkamp - uit Ed Boekee (piano), Edwin Wieringa (contrabas) en drummer Nout IngenHousz. Volgens de bandleider/tekstschrijver/zanger/trompettist/componist zelf is elk lid even belangrijk. 'De band is het hart van de hele zaak,' verduidelijkt ook Molenkamp. 'En het hoofd van Jeroen gebruiken we om er verder mee te komen.' Zijlstra: 'Maar van Durgerdam slaapt is Rutger wel medeproducer.' Die knikt dromerig. 'Dat is een soort prettige, vage term, producer. Dit is nou net het enige liedje van Zijlstra waar ik verder niet aan meegedaan heb. Wat dat betreft kun je dus wel zeggen ik een onsterfelijke invloed op het lied heb gehad.'
Tien jaar nu woont Zijlstra (1958) in Durgerdam, in het huis naast de kerk waar zijn vrouw, 'de mooiste dominee van Nederland', op zondag de preek houdt. Erachter ligt het voetbalveld van DRC. Nog vertelt zijn trainer van de kampioensploeg van 1996-97 aan iedereen die het maar horen wil met omfloerste ogen van Zijlstras mooiste doelpunt. Dat hij hem elke dinsdag- en donderdagavond voor de training zijn trompet uit zijn mond moest trekken, nam hij voor lief. 'Schrijf daar nou eens liedje over, Jeroen, in plaats van altijd maar over de zee.' Dat de zee een belangrijke inspiratiebron was, is niet vreemd. Zijlstra, geboren in Wieringen, ging zoals veel van zijn dorpsgenoten als zeventienjarige jongen voor het eerst mee uit vissen. s Nachts, alleen aan het roer, speelde hij trompet en raakte soms honderden kilometers uit koers. Zijn vreemdste vangst was een van een vrachtschip gespoelde gorilla. Nadat hij zelf overboord sloeg en in de Noordzee dreef, nam hij zich voor om jazz-muzikant te worden. Maar meer en meer schreef en speelde hij zijn eigen, specifieke liedjes: 'Pop, poëzie en jazz met een hoog zoutgehalte', meldt de website van de band (www.zijlstraweb.com). Hoewel de invloed van het vissersbestaan in de liedjes langzaamaan afneemt, klinkt die in het gesprek nog veelvuldig door: 'Volgens mij wordt dit een verhaal met de diepgang van een hoovercraft.' Daarna gaat het vijf kwartier lang over de ogen van Anita Witzier. Dan komt de zon op en de taxichauffeur het beeldje terugbrengen. Hij heet Remo. Om het te vinden heeft hij 'half Durgerdam wakker moeten bellen'.
Carel Helder
De Annie M.G. Schmidt-prijs is een initiatief van de Stichting Conamus en het Amsterdams Kleinkunst Festival en wordt uitgereikt met steun van de vereniging Buma.
Discografie Zijlstra: Olie & rook (1999); Tussen Den Oever en New York (2002; met het winnende liedje)