"MUSICERENDE CHINEZEN EN BLAUWE ZOMERS VERSTAAN ELKAAR"
Durgerdam- "Ik vind mezelf bevoorrecht dat ik een improviserend musicus ben. Je zit aan de andere kant van de wereldbol, trapt af, geeft een kick en het gaat. In de muziek kun je elkaar ontmoeten zonder dat je elkaar kent." Jeroen Zijlstra is net terug van een reis naar China. De Durgerdammer (geboren Wieringer), was met zijn band Blauwe Zomers en saxofoonkwartet Saxo Panico uitgenodigd voor een uitwisseling in China, waar zij workshops en diverse optredens hebben gegeven. De paar avonden jammen met Chinese jazzmuzikanten tijdens de laatste dagen van het bezoek waar hij nog vol van is, vormde het toetje van het bezoek aan de andere kant van de wereld.
Bij de lunch met de speciaal voor de schrijver, zanger, componist en trompettist -voor wie de zee zoveel betekent- meegenomen 'zeebonk', (een nieuwe broodsoort) schenkt Zijlstra zich een kop groene thee in. Het warme vocht heeft hij op het andere wereldcontinent leren drinken en waarderen en vormt nu, zoals hij zelf toegeeft een mooie tegenhanger voor de Hollandse koffie en het vocht met de schuimkraag dat hij zo graag lust.
Het Chinese avontuur heeft enorm veel indrukken achtergelaten. Zijlstra: "Wij zijn op initiatief van een IJslandse dame, Thora Johansen, uitgenodigd. Onder het mom van workshops en concerten heeft zij geld losgepeuterd voor deze uitwisseling. Zij had ons horen spelen, vond het helemaal te gek en vroeg of wij interesse hadden om naar China te gaan. Zij heeft daar veel contacten. Ik vroeg haar wat een Nederlandstalige band nu in China moest doen. Dat vormde volgens haar geen probleem.".
Universiteitsstad
De IJslandse kreeg gelijk. "Vanaf Schiphol vlogen we via Frankfurt naar Peking en vervolgens direct door naar Xiamen. Na bijna vijftien uur reizen kwamen we aan in deze universiteitsstad waar wij waren uitgenodigd op de academie voor schone kunsten. De stad bleek totaal westers georiënteerd, dat was de eerste cultuurschok. Iedereen had een mobieltje en ging naar het internetcafé. Niks geen riksja's."
Xiamen, de stad gelegen aan de Zuid-Chinese zee met een gigantische zeehaven, waar een tropisch klimaat heerst, had de Hollandse afvaardiging al gauw in de greep. Met genoegen denkt Zijlstra terug aan de uurtjes die zij op een oude houten boot hebben rondgedobberd op het water. Maar ook de workshops met de Chinese muziekstudenten staan in zijn geheugen gegrift.
Zijlstra: "Gelijk de volgende morgen na onze aankomst stond om half negen een groep studenten op ons te wachten om te leren improviseren. Heel spannend, je verstaat elkaar immers niet. Er waren er een paar bij die Engels spraken en die als tolk fungeerden. Het is gewoon een klucht als je terugkijkt hoe je de eerste contacten legt, maar het went snel."
"Rutger (Molenkamp) heeft een les gegeven hoe improviserend muziek maken in elkaar zit, de grondbeginselen waar wij van uitgaan. Het frappante was, dat zij daarom vroegen, om dit zo detaillistisch uitgelegd te krijgen. Het leidde tot interessante discussies. Ook de andere bandleden van Blauwe Zomers en van Saxo Panico hebben ervaring met lesgeven. Ik zelf niet, maar ik nam meer de coördinatie op mij, ik was er goed in om ze op hun gemak te stellen en ideeën in te brengen. Het ijs was snel gebroken."
De rollen werden tijdens de workshops ook omgedraaid. Dan gingen de Nederlandse muzikanten Chinese stukken spelen. Er bleken veel overeenkomsten. De bluestoonladder, de pentatonische ladder (met vijf tonen) bleek in veel Chinese muziek naar voren te komen. "Pentatoniek komt zeer veelvuldig voor in de Chinese muziek. Als je dit als jazzmuzikant analyseert, kan je eigenlijk met alle muziek meespelen."
Via groepslessen, voorspelen, samen spelen en nog enkele individuele lessen hadden de acht instrumentalisten en twee tenoren veel opgepikt. De afsluiting met een concert in het concertgebouw van Xiamen met meer dan duizend toehoorders was een groot succes. "We hebben enorm van deze avond genoten", vertelt Jeroen. "Alleen de combinatie Europese en Chinese koppen op het podium was al bijzonder. De Chinese muzikanten zagen er een partij goed uit. Ze hadden zich helemaal volgens de Chinese traditie opgedoft. Wij zagen er ook wel goed verzorgd uit, maar heel anders in onze Hollandse kleding."
Tegenstelling
"Rutger heeft zo de bijnaam 'The Gentle Giant' gekregen. Hij is bijna twee meter lang. Een enorm verschil in lengte met het meisje dat tijdens het concert de betekenis van onze nummers in het kort vertaalde. De tegenstelling was eigenlijk ook wel om te lachen. Nout (IngenHousz) werd als een grote popster onthaald, de Marco Borsato op drums zogezegd."
De band had vijf nummers van onder andere de eerste cd 'Olie & Rook' (door Jip Golsteijn uitgekozen tot beste Nederlandstalige cd van 1999) van Zijlstra met Blauwe Zomers uitgezocht om te spelen. Nummers die duidelijk een beeld van iets gaven, waaronder 'Vismijn' over het veilen van vis, 'Durgerdam' een ballad over heimwee naar een klein dorp (een nummer dat op de nieuwe cd van Zijlstra verschijnt), 'Zeeziek' (slingeren en kotsen) en 'Warme Borsten', waar vreselijk om gelachen werd.
Verder speelden zij samen met de Chinese studenten. "Die gasten scheten in hun broek. Niet verwonderlijk, ze speelden voor het eerst jazz, een nummer van Miles Davis. En enkele solo's. En dat voor duizend man, wat wil je nog meer? We gaven ze veel steun van de band in de gezamenlijke nummers. Het publiek vond het prachtig"
Jammen
Na deze ervaring wachtten enkele concerten in Beijing in de 'Loft', een bekend grand- en jazzcafë zoals deze over de hele wereld te vinden zijn. "Dat was minder romantisch dan het concert in het concertgebouw. Mensen zaten te eten en te luisteren. Wij mochten daar zelf ook eten gedurende ons verblijf en brachten de laatste vrije dagen in deze stad door.
Plotseling, op een maandagavond,leek het wel of ze ineens een blik Chinese jazzmuzikanten opengetrokken hadden. Zij begonnen ineens te jammen."
Soortgenoten
"Toen wij dat zagen hebben wij gelijk onze instrumenten opgehaald. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Samen met de Chinese jazzmuzikanten hebben we twee dagen de tent platgespeeld. Helemaal te gek. Ik speelde uitsluitend op trompet, heb niet gezongen. We hebben de nummers van Blauwe Zomers even naast ons neergelegd. Op dat moment stonden er vijf jazzmusici (naast Molenkamp, IngenHousz en Zijlstra bestaat Blauwe Zomers uit Edwin Wieringa en Ed Boekee), we pikten de draad zo op. En ook de Chinezen speelden allemaal steengoed. Dat doet je enorm goed. De jazz is daar toch ook aangespoeld. Voor hun was het zeer inspirerend. Er zijn daar wel jazzliefhebbers,maar het is niet echt populair. In ons vonden zij soortgenoten."
Zijlstra: "Het was het toetje van de reis. Een reis die goed verlopen is. Hoewel het soms wel eens moeilijk was. Vooral door die vaagheid van de Chinezen. Je kan niets aflezen van de gezichten. Maar het is nergens echt mis gegaan. Op de wonderbaarlijkste 'Chinese' manieren, uit onverwachte hoek, werd iets ineens opgelost."