< < < < terug naar menu pers op zijlstraweb
Haarlems Dagblad, 24/11/2003, Paul Lips

Tussen Slauerhoff en kapitein Haddock

Zijlstra met Tussen Den Oever en New York. Gehoord: 21 november, De Meerse, Hoofddorp (première).

Welkom aan boord van het schip dat Zijlstra heet en u meevoert naar plekken als Den Oever, Durgerdam, Spanbroek, Lauwersoog en New York. Zo’n twee uur krijgt de theaterbezoeker een weergaloze mix van pop, jazz, poëtische teksten en gloedvolle zang voorgeschoteld. Een waar zeebanket met zowel kaviaar, paling als haring met uitjes en zuur op het menu.

Huh, première? Jeroen Zijlstra staat was verdwaasd op het podium van De Meerse. Immers, het album Tussen Den Oever en New York (de opvolger van Olie & Rook) is al ruim een jaar verschenen, de band is volop op tournee en er is reeds een onderscheiding in de vorm van de Annie M.G. Schmidt-prijs 2002 voor het beste theaterlied.

Jeroen Zijlstra was vijftien jaar actief als zeevisser, maar besloot zich volledig aan de muziek te gaan wijden. Met zijn gruizige stem die een beetje aan Maarten van Roozendaal doet denken - bezingt hij zijn overstap in het nummer Koperen Helden. Weg van de golven en de zee, op naar Amsterdam met zijn Bimhuis. Als hij daarbij trompet speelt staat hij zelfs een beetje voorovergebogen, zoals ook zijn helden Miles Davis en Chet Baker plachten te doen.

Popmuziek met jazzinvloeden. Tweestemmige saxofoon- en trompetpartijen. Sommige composities van Zijlstra (geschreven door saxofonist Rutger Molenkamp) leunen zwaar op de sfeer van de eerste soloalbums van Sting, waar Branford Marsalis zo’n prominente rol vervult. Neem Een Wieringer in New York, waarin Jeroen Zijlstra zichzelf neerzet hoog tussen de wolkenkrabbers, gelardeerd met een fraai stukje up-tempo jazz. Melancholie wordt afgewisseld met soul, merengue en klezmer, soepel vertolkt door de band, die naast Zijlstra en Molenkamp bestaat uit Ed Boekee (piano, zang), Edwin Wieringa (bas) en Noud IngenHousz (slagwerk).

De teksten bewegen zich tussen J.J. Slauerhoff en kapitein Haddock. Het leven is een ‘boot’, een vrouw is een ‘haven’, de liefde ’loopt aan de grond’. Terecht is de ballade Durgerdam Slaapt onderscheiden met de Annie M.G. Schmidt-prijs. Daarin dwaalt de hoofdpersoon door het aan het IJsselmeer gelegen dorpje en de in nevel gehulde weilanden, treurend om het verglijden van de tijd en een verloren geliefde. Loepzuiver gezongen wordt ook Tot slot, over een vrouw die het leven niet meer aankon (‘liefde is varen op leven en dood, jij stapte zonder pardon uit de boot’). Dat is een lied van ongekende schoonheid, waarin - hoe schrijnend - de muzikale echo van de Pissuise/Witte-klassieker Mens durf te leven doorklinkt. Het publiek krijgt volop de kans om te participeren. Op Losse Groeven-achtig deinen van links naar rechts, of een partijtje fingersnappin’ bij een parlando-nummer over ‘de viskar van Jan Halfweeg’ bij de haven van Den Oever (‘het hart van het universum’).

Minpuntje: de wat schrale aankondigingen. Waarom niet nog wat meer strooien met smeuïge anekdotes uit het rijke vissersleven? Voor het overige is een theaterconcert van de formatie Zijlstra van harte aanbevolen. De staande ovatie en roep om twee toegiften zijn daarvan getuige.