|
Zijlstra & Band helemaal goed
Zijlstra met Tussen Den Oever en New York. Gehoord: 15 april, Leidsche Schouwburg, Leiden.
"Durgerdam slaapt" is een mooi liedje, een zacht-weemoedige ode aan een plek en een vrouw. Jeroen Zijlstra kreeg er in 2002 de prijs voor het beste theaterliedje, de Annie M.G. Schmidtprijs, voor. Begrijpelijk, want "rokend loop ik rustig langs de steigers en de kade, slenterend langs schepen die ik af en toe herken", dat zijn zinnen om in te lijsten, zelfs als je de muziek er niet bij hoort.
Maar het is nog lang niet het mooiste liedje van Jeroen Zijlstra. Dat is misschien wel "Jutter", waarin hij veel bijtender en acuter over een verloren liefde zingt, of de "Blues voor Lauwersoog", die de narigheid van een vijfdaagse werkweek oproept ("terug naar de eeuwige slinger"), of de "Blues voor Slauerhoff", waarin Zijlstra in heel simpele taal, met regeltjes die net even langer duren dan je verwacht, het eeuwige schrijnen vangt.
De zee is nooit ver weg bij Jeroen Zijlstra, zijn mooiste beelden komen er vandaan, maar het is geen romantisch deinende zee. het is de zee van de visser. Hij zingt van de harde en eenzame kanten van het leven op een boot, de vismijn, gewiekste havenhoeren en de tragiek van de parelvisser op het IJsselmeer. Met een daarbij passende, ijzersterk volgehouden beeldspraak en prachtige rijmen. Teksten van zo'n niveau dat je in eerste instantie geneigd bent door de muziek heen te luisteren.
En dan doe je jezelf tekort, want Zijlstra kiest voor elke tekst prachtige verklankingen en omringt zich bovendien met een band die kan toveren. Ze komen, lijkt het, allemaal uit de jazz-hoek, en ze spelen alles wat ze willen. Pianist Ed Boekee beschikt over een timing en toucher en is thuis in elke stijl, saxofonist Rutger Molenkamp overrompelt met zijn melodische inventiviteit, bassist Edwin Wieringa is uitzonderlijk melodieus en drummer Nout Ingenhousz kleurt vaak ongelooflijk subtiel en breekbaar de fijnzinniger ballades in.
Het opvallendst is hun samenspel, ze verliezen elkaar geen seconde uit het oog, en dat is te horen. De enige die wel eens rommelt is Zijlstra zelf op trompet, maar dat doet hij zo charmant, dat het nauwelijks opvalt. En hij maakt het goed, met een gedurfd en sfeervol nummer als "De viskar", eigenlijk een prozatekst, waarin hij liefdevol maar genadeloos de in bier en haring gedompelde vrijdagavonden in Den Oever beschrijft, compleet met de lachjes en het gelal van de langzaam dronken wordende stamgasten, of het dwarse ongelovige afscheidswalsje "Dans nog een keertje met mij", met die alleszeggende zin: "Zelfs de maan houdt vol, dat jij nog weg bent van mij".
Zodoende klinkt alles, funky feestnummers en Noordhollandse merengues, ballades en blues, ook de volvette boeren-, helemaal goed.
|