< < < < terug naar menu pers op zijlstraweb
Het Parool, 03/12/2004, Edwin Schoon
Zinloze meesterwerkjes
Vanavond begint tekstschrijver, componist en zanger Jeroen Zijlstra met zijn band Zijlstra aan een nieuwe tournee. De voormalige visser krijgt meer waardering dan ooit voor zijn derde cd: De Doorbraak. "Ik voel me nu pas liedjesschrijver."

De deur van de pastorie, vijftig meter achter de Durgerdammerdijk, staat open. Uit het huis ontsnapt een schor keelgeluid dat wegsterft boven het mistige weiland. Jeroen Zijlstra (46) zwaait de deur verder open: "Kom binnen, kom binnen". Hij gaat voor naar de keuken, alwaar een versleten houten tafel, een snorrende kat en kruid-koek.
"Ik was teksten uit mijn hoofd aan het leren. In de studio zongen we steeds van papier, dat kan op zo'n podium natuurlijk niet." Een ontwapenende bulderlach volgt. "Koffie, thee, bier, wijn of limonade, zeg het maar." Er is geen ontkomen aan: hier leeft iemand die prettig is besmet door de warme kant van het dorpsleven, en lekker in zijn vel zit.
Daar is ook alle reden toe. De derde cd van zijn band Zijlstra ligt vers in de winkel. Als componist, tekstschrijver en zanger richt de aandacht zich op hem. De week is gevuld met interviews. Radio l én 2 hebben de band gretig omarmd. Toch blijft Zijlstra benadrukken dat dit alles zonder pianist Ed Boekee, saxofonist Rutger Molenkamp, drummer Nout IngenHousz en bassist Edwin Wieringa, nooit gelukt zou zijn.
De nieuwe plaat heet niet voor niets De Doorbraak. "Tot niet zo lang geleden deed ik nogal laatdunkend over mijn eigen werk. Dat doe ik niet meer. Ik voel me nu eigenlijk pas echt hedjesschrijver en ben daar trots op." Toch verbaast het snelle succes hem oprecht. "Is het misschien te mainstream, te gemakkelijk? Dan ga ik twijfelen. Soms ben ik bang dat het succes me naar het hoofd stijgt. Maar dinsdag, terug van een heerlijk radio-optreden, kregen we pech. Dan sta je weer snel met beide beentjes op de grond. Ik moet nog steeds die kapotte midlife-Chrysler ophalen."
De band maakt een zelden vertoond muzikaal mengsel "We combineren werelden. Mensen houden van afwisseling, we leven in een zapcultuur." Nederlandstalige pop kun je het noemen, maar wel met uitzonderlijk veel jazz, folk, merengue en bluesinvloeden. In de muziek zitten flarden van zijn helden Ramses Shaffy, Cornells Vreeswijk, Chet Baker en Tom Waits. "Maar het is vooral Jeroen Zijlstra."
Naast de vrolijke onderbuikklanken en rake woorden van Hunkeren - "dat is er weer één in de categorie zinloze meesterwerkjes" - raken op De Doorbraak enkele vertolkingen weer feilloos het hart, zoals Ga niet weg. Het lied Breek, over de durf om zonder reserves voor je dromen te kiezen, vindt Zijlstra 'het best gelukt'. "Het gebeurt maar eens in de zoveel tijd dat dingen zo samenkomen als in dat lied. Maar ik maak net zo lief Schaatsen in Noord-Holland met kampvuurakkoorden en een overdosis clichés."
De oprechtheid in zijn teksten ontroert snel. "Ik ben niet bang meer om persoonlijk te worden. Het kan niet persoonlijk genoeg. Je raakt nooit iets kwijt, en de mensen weten toch niet hoe het in jouw leven precies zit."
In dat leven was Zijlstra, geboren in het Noord-Hollandse Ooster-land, jarenlang beroepsvisser. Tot hij Amsterdam en jazz ontdekte. Het leven op zee was tot de vorige cd Tussen Den Oever en New York uit 2002 nog sterk aanwezig in zijn muziek. Toch ging het met de Annie M.G. Schmidt-prijs bekroonde lied over het dorp waar hij nu al vijftien jaar woont: Durgerdam slaapt.
"Dat verleden drijft af," zegt Zijlstra. Hij noemt zichzelf de domineesvrouw, omdat zijn vrouw de predikant van Durgerdam is. "We improviseren allebei creatief op een thema. Al zou zij dat preken noemen." Ze zijn, anders dan sommige teksten doen vermoeden, al twintig jaar samen. "Na Durgerdam slaapt (over een verbroken relatie, ES) kregen we bezorgde telefoontjes. Maar je moet het allemaal niet te letterlijk nemen. Toch komt alles voort uit mezelf. De angst iets te verliezen is ook heel puur. Dat is genoeg."
Hij noemt zichzelf een kroegtijger, maar hoeft voor zijn inspiratie niet zo nodig wild en meeslepend te leven. "Ik moet ook niet hetzelfde doen als wat Ramses deed, want dan doe ik hem na. Ik moet mijn weg gaan. En in die keuze lijk ik dan weer wel op hem." Om muziek te kunnen maken is het voor hem tegenwoordig voldoende dat hij de tijd en de rust heeft. "Het klinkt gek, maar ik hoef alleen nog maar te wachten, dan komt de muziek vanzelf naar me toe."
Hij vindt het belangrijk juist in deze tijd muziek te blijven maken. "Dat moét ik doen, als tegenwicht. Krachtig en overtuigend. Anders word je zo omver geblazen. Door met poëzie en klanken te antwoorden op deze ellende, toon je tegenkracht. Het lied Blijft het zo - Wat zal ons te wachten staan/ Na New York/ Na Madrid/ Breekt ooit nog de lente aan/Of blij ft het zo - werd na de moord op Theo van Gogh ineens schrikbarend actueel."
Even staart hij stil door het keukenraam over de nevelige weilanden. Dan roept hij opgewonden: "En nu moet ik naar de kroeg, want er wordt op mij gewacht."