< < < < terug naar menu pers op zijlstraweb
Het Parool, 31/03/2005, Edwin Schoon

Mooie muziek van oud-visser

De Amsterdamse band Zijlstra vertolkt zowel het stadse leven als het dorpsgevoel. De oud-Noordzeevisser Jeroen Zijlstra verzamelde professionele jazzmuzikanten met gevoel voor het levenslied om zich heen. Morgen en overmorgen staan ze in de Kleine Komedie. Een dag op stap met vijf levensgenieters.

tekst EDWIN SCHOON

"De Midlife Chrysler is in reparatie, dus je kan niet op de achterbank. Rij zelf maar naar Alphen. Jullie vinden het wel, hè?" De hese stem van Jeroen Zijlstra verraadt dat de ochtend niet zijn meest geliefde dagdeel is.
Sinds de nieuwste cd, De Doorbraak, uitkwam toert de liedjesschrijver uit Durgerdam met zijn band Zijlstra alweer vijf maanden door het land. Vandaag is het laatste optreden voordat de Kleine Komedie moet worden platgespeeld.
Het is zaterdagmiddag half vier wanneer Jeroen Zijlstra ons joviaal binnenlaat in de hoge foyer van het oude Parktheater in Aphen aan de Rijn. De stadse odeur van verschraald bier en niet meer te verdrijven sigarettenrook doet weldadig aan, zeker na de overmatige zuurstof van het landelijke buiten. "We werken nog even aan wat teksten, maar als de techniek klaar is gaan we soundchecken, koffie? Of bier?" Hij grijnst erbij alsof hij aan onze hoofden ziet dat de alcohol van gisternacht nog niet helemaal uit het bloed is. Verspreid over de leestafel liggen tientallen A4-tjes. Saxofonist Rutger Molenkamp kijkt even op, geeft ons rustig een hand, en gaat weer verder. "Hij werkt aan muziek op een tekst van Lennette van Dongen," roept Zijlstra die intussen het koffiezetapparaat heeft gevonden. "Nu alleen nog de koffie. Hier moet ergens zo'n ouderwets blik staan."
Uit de opengeslagen deuren naar de theaterzaal waaieren al wat pianoklanken en drumgeluiden de foyer in. Terwijl de fotografe - "Hoe rolbevestigend" roept Zijlstra - de koffie en filters wél traceert, vertelt de zanger: "Niet alle theaters zijn zo gastvrij. Soms is de techniek echt ondermaats of moet je voor elk glaasje betalen. De commercie rukt op. Door alle bezuinigingen boeken theaters ook liever acts die toch wel volle zalen trekken. Ze spelen op safe. Logisch, maar voor beginnende groepen wordt het steeds moeilijker daartussen te komen."

Die tijd ligt inmiddels achter Zijlstra. In 1999 kwam de band, toen al in de huidige samenstelling, met Olie & Rook. Pas twee jaar later viel de band in veel bredere kring op met Tussen Den Oever en New York. De nummers kwamen wederom voornamelijk uit de koker van Zijlstra zelf, die zijn ervaringen als zeevisser bezong, maar ook de muzikale ontmoeting met Amsterdam en liefdesperikelen in allerlei variaties.
Het nummer Ode aan het dorpsgevoel over de kermis in het Westfriese Spanbroek (is voor een leek wat moeilijk te bevatten) zegt veel over de achtergrond van Zijlstra, die in zijn jeugd jarenlang solo zong in een vrijzinnige kerkkoor uit Den Oever. Het swingende nummer Koperen Helden, over zijn kennismaking met de muziek van Chet Baker en Miles Davis en het Bimhuis, markeert zijn overgang naar stadse sferen. Maar die is bij Zijlstra nooit volledig. Wat bijvoorbeeld blijkt uit het landelijke lied Durgerdam Slaapt, van de tweede cd, die in 2002 werd bekroond met de Annie MG Schmidtprijs voor het beste Nederlandstalige lied.
En dat is niet alleen vanwege de tekst. Zijlstra Ð die op het conservatorium trompet studeerde Ð verzamelde professionele jazzmuzikanten om zich heen, met gevoel voor het levenslied. En dat blijkt, het is al eens eerder gememoreerd, een explosief mengsel te zijn.
Nu de derde CD uit is, oprecht maar tegelijk met gevoel voor zelfspot De Doorbraak genoemd, is landelijke aandacht hun deel. Dat is even wennen. Maar als er een band is, die geen knieval zal maken voor het populaire sterrendom, is het Zijlstra. "Dat is ons voornaamste uitgangspunt," verklaart saxofonist Molenkamp. "Financieel gewin mag niet ten koste gaan van muzikale ambitie en artistieke kwaliteit, zoals je bij veel artiesten ziet. Geld staat in dienst van de muziek. Niet andersom."

Met zwarte tape werken de technici van het Parktheater de losse snoeren weg. Dit is het uur van Chris Weeda, de vaste geluidstechnicus van Zijlstra en tevens - daar is de zelfspot weer - 'stand-in voor elk bandlid'. Sinds kort kan de band hem ook betalen. "Hij krijgt hetzelfde als de bandleden," zegt bandleider Zijlstra later tijdens het eten. "Hij is net zo belangrijk."
"Een randje meer bas graag," roept toetsenist Ed Boekee. Leadzanger Zijlstra laat, vocaal ondersteunt door Molenkamp, Boekee, en de jonge Nout IngenHousz achter het drumstel, het meerstemmige Hunkeren horen. De technicus is tevreden.
Het restaurant, vijftig meter verderop, ademt valse chic, tot hilariteit van de band. "De theaterdirecteur heeft het aangeraden," verontschuldigt Weeda zich nog. De ober laat de fles laat stuiteren op het nepparket. "Een plaatselijk gebruik?" vraagt Zijlstra. Het ijs is gebroken. Tot halverwege het hoofdgerecht - kleine smaakvolle hapjes op veel te grote borden - klinkt Norah Jones op de achtergrond, zeker anderhalf uur. "Die cd lijkt wel op repeat te staan," oppert iemand. "Norah Jones ’s repeat," sneert Weeda over tafel.
De pianist van het restaurant treft het niet dat zijn instrument naast onze tafel staat. Hij speelt - het valt feilloos samen met de setting - een smakeloze medley van oude hits. Maar telkens als het intro erop zit, zetten IngenHousz en Boekee in met de overbekende tekst. Hello, is it me you looking for? De man speelt ogenschijnlijk onverstoorbaar door.
Opeens is bassist Edwin Wieringa verdwenen. "Hij is per telefoon zijn kinderen in slaap aan het zingen," weet Zijlstra. Er wordt niet lacherig over gedaan. Wachtend op de espresso, tijdens de zesde fles witte wijn, vertelt Molenkamp over de rolverdeling. Hijzelf schrijft mee aan de muziek, wil hij niet ook de baas van de band zijn? "Absoluut niet. Wij hebben het nodig, dat één iemand de knopen doorhakt. Dat is Jeroen. Democratie schiet niet zo op. Maar hij is ook geen dictator. Noem het maar verlicht leiderschap."

Pianist Boekee voegt toe dat de band zoekt naar spanning in elk optreden. "Lang niet alles ligt vast. We proberen steeds te verbeteren, het gaat om finesses. Maar laten bewust ruimte voor improvisatie. En ieder van ons doet er dingen bij, om contact te houden met andere muziekwerelden. Dan roest je niet vast."
In de kleine kleedkamer wordt spa blauw gedronken. Nog een half uur voor het optreden. "Natuurlijk waren we redelijk dronken na het eten," vertelt Zijlstra na de voorstelling. "Maar het mooie is dat we daarna zo gefocust raken, dat we echt iets neerzetten." Dat blijkt. De grapfrequentie neemt af. Het omkleden begint. Ingenhousz strijkt zijn overhemd. "Waarom is die visagiste toch altijd zo laat?"
"Eigenlijk heb ik niets met kleding," stelt Zijlstra. "Wij komen uit de jazz-scene. Daar komt men om kwart over acht binnenzeilen en speelt men met de rug naar het publiek. Wij zijn zeker geen showband geworden, maar we willen er wel verzorgd uitzien."
Terwijl Boekee worstelt met de een protesterende gebraden eend in zijn maag, hijst Molenkamp zich als enige in een pak. Het misstaat hem niet.
Het geroezemoes uit de foyer klinkt steeds luider door in de kleedkamer. Zijlstra ijsbeert door de kleedkamer, laadt zich op. Maakt grappen. De andere bandleden worden steeds stiller.
De theaterdirecteur komt even naar boven. Korte babbel. "Alles naar wens? Lekker gegeten? Nee, het is niet goedkoop voor wat je krijgt. Nou, jongens, succes." Het enige dat de band wil weten is hoeveel kaarten er zijn verkocht. "Honderdtwintig."
Dan komt de technicus naar boven, steekt twee vingers op: twee minuten, jongens. Molenkamp strijkt nog een plooi weg, Ingenhousz pakt zijn drumstokjes, Boekee neemt nog een slok, de eend houdt zich rustig. De band staat al op het smalle trappetje richting zaal. "Kom maar op," zegt de technicus. Dan geklap, wat tikjes op schouders en billen en de vijf muzikanten verdwijnen achter het gordijn.
De zaal is voor driekwart vol, en afwachtend. Maar Zijlstra weet direct ook hier direct het ijs te breken. "Welkom Alphen aan de Rijn." Weinig response. "En omstreken" Gejuich in een hoek. "Dit nummer is speciaal voor jullie, omstreken." Gejoel. "Het heet: Je bent zo lekker lelijk." De zaal grinnikt.
De afwisseling van ingetogen nummers met up tempo-composities, waarin de muzikanten zich alleen waar het past mogen uitleven in een solo, is de kracht van de band.
"Het is de zapcultuur die dit mogelijk maakt," legt Zijlstra na afloop uit. "Mensen vinden het al snel saai als je vergelijkbare nummers speelt."

De ballade De Pont naar Noord, waarin een verleiding met de ogen door het ritme van golven wordt begeleid, werkt betoverend. Bassist Wieringa, tot drie maanden geleden nog geveld door een hernia, geniet zichtbaar van zijn lange solo, waarbij de pont langzaam in beweging komt.
Dat plezier straalt überhaupt van de band af. De enkele keer dat Zijlstra zijn tekst even kwijt is, lossen de anderen het glimlachend op. "Het is onderdeel van onze manier van spelen," zegt Zijlstra, "We nemen bewust risico, zoeken de spanning op. Meestal levert dat iets moois op, soms ga je op je bek. Maar uiteindelijk staat de zaal op z'n kop. Daar zorgen we wel voor."
De kwetsbaarheid van een nummer als Ellen, over een verbitterde vrouw die zich bezat aan de bar, wordt ronduit treffend vertolkt in Alphen, waar het publiek zich steeds meer roert. Dankzij Zijlstra. Die gaat namelijk compleet los bij een ska-nummer als Tijger, over een nogal wild liefje voor één nacht, dat hem in de Utrechtsestraat verschalkt.
In de pauze wordt hevig gediscussieerd in de kleine kleedruimte. De ritmes van IngenHousz voor het nummer Ellen waren bij Boekee niet bekend. Conclusie: repeteren noodzakelijk. Vóór Amsterdam. Bier en spa gaan gulzig de kelen in.
Het nummer Breek. Tja. De tweede set wordt er mee begonnen, de cd is ernaar genoemd en het heeft iets met het leven van Zijlstra zelf te maken. Maar wat dat doet er nu juist niet toe. Want door het nummer te vertolken zoals ook in Alphen weer lukt, grijpt het diep. De tekst is zó raak voor wie zich op een kruispunt van zijn leven bevindt, dat de stilte tussen de laatste toon en het applaus, als vanzelf lang duurt.
De zaal gaat los. Zelfs de meest notoire chagrijn roept om een toegift. Het publiek is niet jong, zo'n dertig tot zestig, maar Zijlstra's muziek is leeftijdloos. Het troost, tovert een lach en doet meezingen. Zijlstra zelf gromt als in een yogaoefening bij Hunkeren, en laat zijn buik zien als het hem uitkomt. Drie keer komt de band terug, om vervolgens niet meer weg te gaan.
Want, direct na het laatste nummer zakt Zijlstra door de knieën, trekt een hema-tas naar zich toe en roept: één cd voor vijftien, twee voor dertig en drie voor 45 euro! Het publiek schrikt even van zoveel directheid, nog in de sfeer van het laatste nummer, Durgerdam Slaapt. Maar dan drommen steeds meer mensen om Zijlstra en Molenkamp heen, op jacht naar cd's met handtekening. Twee kinderen willen voor hun vader alle vijf de krabbels, dus komen ook de andere bandleden uit de coulissen.

"Mensen vragen van alles," zegt Zijlstra iets later, onderuitgezakt in de lege zaal. "Alsof ze je al jaren kennen. Ongegeneerd. Vreemd. Maar het was een heerlijk publiek. En dat met die cd's. Tja, ik zeg het eerlijk, het scheelt ons een hoop inkomsten als we het niet doen."
Boekee verklaart dat ze veel over de muziek praten, maar eigenlijk nooit over de teksten. "Ieder toch zijn eigen interpretatie. Maar toch is het ergens wel raar, dat ik niet weet wat de anderen voelen en denken bij een nummer." Zelf is hij tijdens het spelen meer met de muziek bezig. "Soms zweef ik helemaal weg, dan komt alles zo mooi samen. Dan stop je met denken, heerlijk."
"Ik probeer zo veel mogelijk te voelen wat ik voelde bij het maken van het nummer," bekent Zijlstra. "Maar dat lukt niet altijd. Dan moet je het acteren. Het vergt uiterste concentratie. Soms dwaal ik wel kort af, maar aan boodschappenlijstjes denk ik niet."
Als de bus is volgeladen met apparatuur nemen de technici afscheid en vertrekt Zijlstra naar Amsterdam. Daar wordt in café 't Blauwhooft de onvermijdelijke nazit uitbundig gevierd. Boekee gaat niet mee, want 'hij moet kindjes maken.' Althans volgens Ingenhousz. Enkele uren, en talloze Belgische biertjes later zijn de visstand van de Noordzee, het ontstaan van de band, de relatie van de barkeepster en het schommelen van de woonboot van Ingenhousz besproken. "Ik moet er nu vandoor, want om elf uur moet ik Maarten van Roozendaal ophalen voor een jamsessie in Ouderkerk," weet Zijlstra nog aardig overtuigend te melden. Maar dan draait hij zich toch nog om. "Maar nu moet jij eens wat vertellen en stel ik de vragen."