< < < < terug naar menu pers op zijlstraweb
| uit de recensie in de Volkskrant van Patrick van den Hanenberg - 06/12/2004 In dromerige nummers is Zijlstra op zijn bestEr bestaat in de kleinkunst een club van 'rauwe, schorre stemmen met
literaire teksten' Nadat de leider van dat gezelschap Bram Vermeulen
in september overleed, zijn er nog drie leden over- Maarten van
Roozendaal, Alex Roeka en Jeroen Zijlstra.
De laatste werd aspirant lid nadat hij vorig jaar de Annie M.G
Schmidt-prijs voor het beste (theater-)lied van het seizoen won met
het wrang romantische Durgerdam slaapt. Met zijn derde album De
Doorbraak werd Jeroen Zijlstra definitief lid.
Zijlstra schreef het merendeel van de 15 nummers zelf, maar het jazzy
geluid van het album is ook het werk van saxofonist/arran-geur Rutger
Molenkamp Samen met trompettist Zijlstra vormt Molenkamp, roerloos en
met gesloten ogen, een swingend blazersduo. Voeg daarbij een
degelijke pianist en bassist en de uitstekende drummer Nout
Ingen-Housz, die allen ook nog eens meerstemmig aan de bak kunnen, en
een groot deel van het live succes is verklaard.
Vooral in de zwoele balladen komen tekst, arrangement en compositie,
met aan het eind van bijna elke zin een onverwachte
melodiewending, prachtig bijeen.
|
| TROS Teletekst cd-recensie van Ton van Bemmel - 25/11/2004 ZIJLSTRA - DE DOORBRAAK: Band met de achternaam van de leider, ex-visserman, jazztrompettist, componist en zanger Jeroen Zijlstra. Veelzijdig fenomeen dat jazz en bluesmuziek combineert met Nederlandstalige teksten. Lekkere, vrolijke, humoristische, po‘tische, ontroerende, schitterende en verhalende nummers. In 2002 winnaar van de Annie M.G. Schmidt-prijs voor het mooiste liedje van het jaar, (het schilderachtige) 'Durgerdam'. Ook op zijn derde cd vinden we weer liedjes die prijswaardig zijn, 'Ga niet weg', 'Ik zie wel', 'Breek', 'Voor elkaar'. Nog niet iedereen weet dat, maar het hoort tot het beste van wat er op het ogenblik is.
|
| Recensie in Plato Mania van Albert Jonker - 08/11/2004 ZIJLSTRA - DE DOORBRAAK: Een de voor de hand liggende vraag rijst natuurlijk meteen of Zijlstra's derde plaat de overgang naar het grote publiek kan afdwingen door deze betiteling of dat dat feit met de tong-in-de-wang mag worden opgevat. Gezien de sympathieke indruk die het drietal wekte bij Vara's Herexamen (KRO's Tien voor Taal red.) gaan we maar van het laatste uit. Bovendien hebben ze immiddels een zeker krediet opgebouwd bij een schare kenners -met het fantastische Olie & Rook en de overtreffende trap daarvan, Tussen Den Oever En New York van twee jaar terug, dat moeiteloos het beste moerstalige album van 2002 is- en wekken ze tevens de indruk het zo wel best te vinden, want je ziet je favoriete bandje toch liever niet uitgroeien tot Kuip-proporties, zeg nu zelf. Die Doorbraak, die blijkt bij beluistering te worden verklaard in track 6, het nummer Breek. Het muzikaal zeer goed onderlegde drietal (vijftal red.) voert dit keer zelfs een ska-achtige sfeer op in het nummer Tijger, en zo bij enkele beluistering blijven er al een hoop tekstflarden hangen dat altijd op professionaliteit van de maker duidt. Of, voor u die altijd alleen de laatste zin van een recensie leest: Jofele taalvondsten op een gelijkluidende ondergrond van Noord-Hollandse soepele easy-listening funk-jazz met hier en daar een feestelijke teint en op z'n tijd een nostalgische waterlander. Wel zoutwater, in het geval Zijlstra.
|
|