< < < < terug naar menu pers op zijlstraweb
| Stentor Veluws Dagblad, 03/01/2005, Dick Laning
|
Pure meesterwerkjes van een visser met natte ogen
EMMELOORD - Zijlstra De Doorbraak Met Jeroen Zijlstra (zang,
trompet), Rutger Molenkamp (saxofoon). Sanne van Delft (bas), Ed
Boekee (toetsen) en Mout IngenHousz (drums) 't Voorhuys, 30 december
De trompet hangt losjes in zijn linkerhand en je wilt geloven dat hij
de woorden ter plekke bedenkt, zo puur en dichtbij als ze klinken -
Zijlstra zingt: 'Eerste vlekken sneeuw / Felle oostenwind / De winter
heerst / Mijn liefste slaapt / De wereld schreeuwt het uit / Wat
zal ons te wachten staan / Na New York/ Na Madrid / Breekt ooit nog
de lente aan / Of blijft het zo zwart-wit'.
Horizon
Jeroen Zijlstra is van zee, maar heeft zijn horizon verbreed. Hij was
de zingende visser, bedient zich nog graag van schuimende metaforen
en spoelt zijn zilte teksten weg met bier. Maar in plaats van
kabeljauw en platvis jaagt Zijlstra nu zijn dromen en diepste
gedachten na. Bij zijn derde cd, De Doorbraak, schrijft Jacques
Klöters: 'Ik snapte niet waarom Jeroen Zijlstra, die ik als een
opgewekt man ken, met natte ogen aan m'n deur stond. Hij legde z'n
nieuwe cd in mijn handen en keek als iemand die een kind te vondeling
wil leggen. Ik weet nu waarom. Deze cd is breekbaar. Het is het
mooiste en intiemste wat hij te bieden heeft. Het is z'n hoop, z'n
verlangen, z'n hunkeren (...).' Zo zal het zijn. Ook op het podium
wekt hij de indruk kwetsbaar te zijn, ondanks de ruige entourage van
de haven, de humor aan de haringkar en het verlangen naar een wilde
nacht met Grietje. Zijlstra is op dat podium een persoonlijkheid omdat hij zo heel erg zichzelf is. Hij heeft de
moed om teder te zijn, de kracht om te dromen, het talent om te
spelen, zingen en schrijven op het ritme van alledag. Zijn
presentatie is ontwapenend en zijn weemoed oprecht. 'Ik wil je het
liefst iets moois vertellen / Ik wil dat je om mijn woorden geeft',
smeekt hij in 'Ik zie wel'; of uit 'Breek': 'Voor de parel / Uit jouw
handen / Voor de liefde / Die je zomaar morst / Voor het schip / Dat
niet zal stranden / Voor de vogel / Zingend als een vorst'. Zijlstra
ontroert en raakt met zijn hese, hoge stem, die niet bij zijn
verschijning lijkt te passen. Zijlstra is als een gevoelig beest, als
een vent die kan zuipen maar ook de woorden heeft gevonden voor zijn
angsten. Naast het water was er bij de Noord-Hollandse melancholicus
ook altijd al de jazz en zijn trompet. Mag hij tekstueel dan verwant
zijn aan collega's als Stef Bos of Maarten van Rozendaal, de
combinatie met de jazz maakt hem enig in zijn soort. Zijn band voelt
hem perfect aan, Rutger Molenkamp vult de stiltes in en Zijlstra zelf
blaast de zeewind in zijn trompet, in een sfeer waarin je af en toe
je ogen wilt sluiten van puur genot. Zoals in het geniale
'Speeldier', 'Blues voor Slauerhoff' of het door Lydia van Dam als
jazzballad vormgegeven 'Herhaal'.
En om er geen gezapige avond van te maken gooien Zijlstra en zijn
jongens er geregeld de beuk in met het onweerstaanbare verhaal over
de viskar van Jan Halfweeg, het woeste hunkeren naar Grietje of het
hilarische 'Je bent zo lekker lelijk'. Zelf relativeert hij een
nummer graag met humor, door het te typeren als een 'zinloos
meesterwerkje'. Laat dat zinloos bij Zijlstra voortaan maar gewoon
weg.
|
|