|
20-01-2010 Zijlstra - Liefde & Dorpsgevoel in het Posthuistheater, Heerenveen, 94 bezoekers
Dolle boel met een toefje poëzie
Zanger en trompettist Jeroen Zijlstra is al weer een jaar of tien
druk bezig, tot groot genoegen van zijn talrijke fans. Hij staat
bekend om zijn liedjes van verlangen en om zijn verhalen die vaak
uitdraaien op een drieste, dolle boel. Ook gisteravond waren die
ingrediënten volop voorhanden tijdens zijn optreden in het
Posthuistheater in Heerenveen. Dat gaf hij samen met zijn
begeleidingsband bestaande uit Pieter Jan Cramer achter de toetsen,
Edwin Wieringa aan de contrabas en slagwerker Naut Ingenhousz. En
niet te vergeten Rutger Molenkamp, ook al was de saxofonist slechts
aanwezig als regisseur van de muziek. Doordat hij MS heeft, kan hij
spijtig genoeg niet meer meespelen. Met hem maakt Zijlstra al een
flink aantal jaren vele liedjes.
Jeroen Zijlstra (1958) groeide op in
het Noord-Hollandse Wieringen en kwam als visser naar Amsterdam. Hij
wilde heel graag trompet spelen. Gaandeweg werd hij zanger van
zelfgeschreven teksten. Sommige van zijn liedjes zijn poëtisch,
andere blinken uit in rauw levensgevoel. De thema's variëren van de
zwalkende visserman tot en met de verlaten geliefde. Zijn programma
Liefde en dorpsgevoel dekt wel aardig de lading, al moet je dan wel
incalculeren dat onder dorpsgevoel ook welige waanzin moet worden
verstaan. Bijvoorbeeld als er een uitzinnig verhaal tevoorschijn komt
over zijn jeugd op Wieringen. Dat vertelt hij dan in het Nederlands,
maar al improviserend vertaalde hij het gisteravond in het Wierings;
omdat Friezen die vorm van het Westfries wel verstaan, zo vond hij.
Gaandeweg het verhaal ging zijn moedertaal hem weer steeds beter af.
Zonder pardon leidt de zanger je naar allerlei uitersten. Dat verhaal
over zijn jeugd mondt uit in de ultieme idiotie van een woest lied
over Bazooka Joe kauwgum. Daar was hij in zijn jeugd verslaafd aan.
Daarna komt dan meteen een ingrijpend lied over een sterfgeval en
begrafenis. Vervolgens krijg je perfect dronkenmansgelal op rijm
voorgeschoteld.
Zijlstra weet je steeds weer te verrassen en mee te
nemen. Zo geeft hij aan het eind van zijn programma een mooi
voorbeeld van dorpsgevoel door een loflied te zingen op de
Amsterdamse Wieringer Max Teeuwisse alias Max Teawhistle. De man die
Jeroen Zijlstra infecteerde met het jazzvirus tijdens zijn
jazzconcerten in de oude Museumboerderij in Wieringen. Doordat
Zijlstra met jazzmusici speelt, worden zijn liedjes gelardeerd met
improvisaties. Maar zo dat het niet echt opvalt. Dat combineert
uitstekend met de sfeer van de songs. In andere liederen dikken de
heren zo nu en dan de sfeer aan. Een perfecte avond 'ferdivedaasje'.
Zijn bekendste liedje, Durgerdam slaapt, hield hij tot het laatst
achter de hand. Hiervoor kreeg Zijlstra in 2003 de Annie M.G.
Schmidtprijs. Nadat hij eerst nog Grietje, het woeste liedje van
verlangen had gezongen, lieten de muzikanten de microfoons achter
zich en zongen en speelden dit nummer over een nachtelijke wandeling
vol herinneringen, heel ontroerend de zaal in.
Hessel Fluitman, Friesch Dagblad 21-01-10
|