|
Patrick Meershoek Het Parool, 1 november 2010 De Preek van de Leek door Zijlstra. Gezien: Singelkerk, Amsterdam 31/10.
Paulus was als Miles Davis Breed uitwaaierende jazzakkoorden, ijle trompetklanken en een applaus na de schriftlezing in een bomvolle Singelkerk: zanger-trompettist Jeroen Zijlstra trapte gistermiddag een nieuwe reeks af van de zogenoemde Preek van de leek. Voor het derde opeenvolgende jaar wordt in november de zondagsdienst in de Singelkerk uitbesteed aan een bekende Nederlander. De komende weken staan Nebahat Albayrak, Ernst Veen, Erik van Muiswinkel en Alexander Rinnooy Kan als dominee-voor-een-dag op de kansel. De voormalige Noordzeevisser Zijlstra werd voorgesteld als een man met apostolische kwaliteiten, maar de zanger zelf benadrukte dat hij wel even had geaarzeld over het aanbod de kansel te beklimmen. "Ik ben niet van de kerk," zei hij. "Vroeger niet en nu niet. Ik voel
me een bandleider die zijn arme muzikanten heeft meegesleept naar het verkeerde podium. Ik balanceer nu op het randje, maar dat ken ik van de jazz. Ik improviseer op een thema en laat het onbekende toe." Ondanks deze aarzeling vielen de breekbare liedjes van Zijlstra, onder meer van zijn onlangs verschenen cd Liefde & dorpsgevoel, in de plechtige Singelkerk wonderwel op hun plaats. Zijlstra las voor uit het boek Handelingen, de passages over het bezoek van de apostel Paulus aan Areopagus. De zanger vergeleek de opdringerige Paulus met
zijn grote voorbeelden, Miles Davis en Chet Baker, die hun muzikale roeping volgden, zelfs al betekende dat dat de bezoekers het cafe waar zij speelden al lang verlaten hadden om ergens anders op begrijpelijke muziek te kunnen dansen. "Ongevaarlijk was de muze niet, maar ze gaven er wel gehoor aan." Een van de
aantrekkelijke aspecten van de Preek van de leek is dat de dienst allerlei soorten bezoekers naar de kerk lokt. Dat leidde er gisteren onder meer toe dat ook de schriftlezing met een warm applaus werd beloond. Geen probleem, vindt de initiatiefnemer van de reeks, stadsdominee Abeltje Hoogenkamp. "Het blijft een teken van instemming." 
|