< < < < terug naar menu pers op zijlstraweb

Nederlands Dagblad, 7 februari 2009, Herman Veenhof

Zijlstra combineert al tien jaar het betere luisterlied met jazz

"Alles wat groeit, is naar boven gericht"

Jeroen Zijlstra (51) heeft een kwart eeuw gevaren als visserman. Je zou een ruwe zeebonk verwachten, maar niets is minder waar. Hij is eerder teder, en goedmoedig. "Een blanke bolster en geen pit", grapt hij. Ook als hij zingt of de trompet ter hand neemt, overheerst het subtiele. Met zijn wat hese, hoge stem kan hij als geen ander een floers van weemoed oproepen, terwijl Chet Baker op het netvlies verschijnt.

Tien jaar bestaat de band 'Zijlstra', de jubileumtournee heet 'Vergezichten' en het beste van de zes platen die de formatie maakte, is nu verzameld op een dubbelcd. Die heet Kalm & Ruw. De laatste schijf bevat de wat steviger nummers die bij uitstek geen rock of popmuziek zijn, maar voorbeelden van gedegen jazz. Op de eerste plaat staan Zijlstra's zuiderzeeballades, waarin liefde, het verdriet over een stukgegane relatie, de soms bittere noodzaak de steven te wenden ('Breek' en 'Jutter') en odes aan de plaatsen die hij zo goed kent: het zilte en rillerige 'Lauwersoog', het warme 'Oosterland' en het ironisch-eenzame 'Durgerdam slaapt'. Dat is een lied dat onwillekeurig doet denken aan 't Is stil in Amsterdam' van Ramses Shaffy. "Dat beschouw ik als een compliment. Ik weet nog goed dat ik als jochie die zin 'Sammy, kijk omhoog. Sammy' hoorde. Waar het over ging, ik had geen idee, maar het trof me als een mokerslag.

Zilte weemoed, Buiten IJ.
Zijlstra woont in Durgerdam, dat fantastische dorpje aan het Buiten IJ, op nog geen vijf minuten van hartje Amsterdam. Hij groeide op in Oosterland, in een 'volstrekt niet kerkelijk gezin, al werd ik tegenover de toren geboren'. Misschien daarom had hij niet de ballast die hij wel zag bij de ex-gereformeerden die met hem op het grote, vrijzinnige oecumenische koor zaten dat vanuit de Michaëlskerk meer dan regionale faam genoot. Zijlstra schreef als tiener wel driehonderd liedjes voor het kerkkoor en denkt dat daar nog een procentje of tien 'bruikbaar' van is. Hij kwam ook aan huis bij ds. Van Dorssen, en maakte kennis met diens dochter Hanna. Zij is nu PKN-theologe, stond in Durgerdam en is nu communicatieadviseur van de PKA, de PKN-kerken in Groot-Amsterdam. Hanna van Dorssen ('de mooiste dominee van Nederland') schreef een handvol kinderbijbelboeken en werkte mee aan producties die de bijbel op het toneel brachten. Zijlstra is ook vandaag de dag nog zelf niet gelovig. Maar dat zou je niet zeggen bij het aanschouwen van de intense manier waarop hij een lied zingt over geloof dat over water doet lopen, in het kunststoffen theater 'De Meerse op locatie' in Hoofddorp. De tekst ervan staat nog niet helemaal vast, het nummer staat op de volgende cd van Zijlstra,

Liefde & dorpsgevoel.
Zijlstra gaat een beetje met Jezus in zee. Je krijgt bij het 'lied over water' hetzelfde gevoel als bij Suzanne van Leonard Cohen of Herman van Veen. Ook dat beschouwt Zijlstra als een compliment. Voordat hij het lied zingt, vertelt hij een moderne parabel, waarin een asceet zijn hele leven zijn best doet de rivier droogvoets over te steken. Als hij eindelijk bij Christus is, ziet hij diens van medelijden vertrokken gezicht: "Je had toch ook de pont kunnen nemen. "Zoals Zijlstra het vertelt, is het geen spot, het is rustgevend: je kunt ook bij Jezus komen zonder een wonder te verrichten. "Natuurlijk ben ik beïnvloed door het werk en het geloof van mijn vrouw, daarvoor ben je te lang bij elkaar. Ik vond de Bijbel altijd al een onuitputtelijke bron van mooie, wijze verhalen. Maar ook niet meer dan dat. Ik heb meer met het vrijzinnige, wat eigenwijze geloof van Aart Staartjes. Dat was helemaal mijn televisiefiguur." Vandaar misschien zijn cd uit 2006. Zijlstra zingt Eykman Zonder liefde ben je nergens. Die nam hij op ter ere van de zeventigste verjaardag van schrijver/dichter, verantwoordelijk voor veel liedjes in tv-programma's uit de jaren zeventig en tachtig, zoals de 'Stratenmaker op-zee-show', 'De film van Ome Willem', 'Sesamstraat' en 'Het Klokhuis'. Maar Zijlstra moet niet religieus gemaakt worden, net zoals zijn muziek, een volstrekt unieke combinatie van jazz en het betere luisterlied, niet in een rubriek kan worden gestopt. ,,Iedere journalist stelt dat vast en probeert ons vervolgens toch te definiëren. Heel grappig", zegt hij. Hij heeft het over ons, als Zijlstra over 'Zijlstra' praat. Waarom, blijkt in Hoofddorp. Naast zijn stem en trompet klinken de akoestische en elektrische bas van Edwin Wieringa, de toetsen van Pieter-Jan Cramer en het slagwerk van Nout IngenHousz. Vaste saxofonist en arrangeur Rutger Molenkamp is er dit seizoen niet bij.

Uitvaren maar niet binnenlopen
De band Zijlstra vaart nu al tien jaar uit, zonder ooit binnen te lopen. Hij grijnst, de woordspeling is hem niet onbekend. Zijlstras broer bleef visser, zo slecht rendeerde dat vak niet, ook al kwamen er vangstbeperkingen en zijn er teveel kotters. ,,Of je stopt of je bent schipper op je eigen schuit. Andere keuzes zijn er niet voor de visserman. ŇAls jonge twintiger kwam ook Jeroen Zijlstra thuis met drieduizend gulden per week. Hij weet het nog goed hoe hij na vijf of tien dagen op zee uitgewoond thuiskwam, met netten vol schol en kabeljauw. Hij ging voor het eerst op zijn vijftiende, doet op een toneel opeens een ruige 'fiskerman' na die lacht om het kotsende ketelbinkie. Na zeven jaar combineerde hij zijn beroep met de studie piano en vooral trompet aan het Amsterdamse Sweelinck Conservatorium, waar Boy Raaijmakers hem Miles Davis bijbracht. Ook toen er een topje van zijn rechterpink af ging, dankzij kabels en katrollen, gaf Zijlstra geen krimp. Zolang hij 'het derde ventiel' kan halen, speelt de zeegaande trompettist door. Zelfs 's nachts, op de brug, als de anderen sliepen, speelde hij trompet. Ook toen hij de radar vergat en de kotter bijna op een wrak voer. "Dan zouden we de netten hebben verspeeld en dat was toen een zestigduizend gulden. Nu hadden we geluk bij een ongeluk, want naast drie ton stinkend wier en wrakhout ontdekten we een school kabeljauw." Dat dubbelleven van visser en zanger/trompettist brengt hij als geen ander onder woorden op de site van de band, zijlstraweb.com. "In de haven van Den Oever, één dorpje verder dan mijn geboorteplaats Oosterland, ligt de Wieringer vissersvloot, bestaande uit kleine garnalenkotters, sportvissers en een aantal grotere vistrawlers die wekelijks over de Noordzee uitwaaieren, op jacht naar tong, schol en kabeljauw. Op die trawler- of boomkorvloot heb ik vanaf 1973 eerst als jongetje en later als echte maatschapvisser gevaren. Van Den Helder tot Hansholm, van het Zuidgat tot de Doggersbank was het vanaf mijn vijftiende, vissen geblazen. Twaalf tot twintig weken per jaar. Opstappend in de nacht van zondag op maandag, op zee tot vrijdagavond, dag en nacht meedraaiend in de cyclus van halen, vieren, vis verwerken, wachtlopen, eten, rusten en weer halen. Aangevuurd door mijn tweede liefde, de muziek, heb ik in 1980 thuishaven Den Oever verruild voor het grote onbekende Amsterdam, er moest meer te halen zijn dan vis. Als zanger en trompettist vond ik aansluiting bij de Amsterdamse jazzscene, die ik herkende als 'vissers van noten' en waarin ik tevens ontdekte dat de wereld op zee zich uitstekend leent om over te zingen, te dichten en te improviseren.

Opwaartse zinnen
Tekstueel kan Zijlstra beter uit de voeten met de ballades in zijn oeuvre, geeft Zijlstra toe. Hoewel zelfs in dat genre een lied als 'Halfweeg' ontstaan, over de vroege vrijdagavond aan de viskraam waar haring, kibbeling en blikjes bier 'gevaarlijk gezellig' zijn. De vette manier van spreekzingen, de West-Friese achtergrondgeluiden, je zou meteen de vermelde producten in grote getale achterover slaan. Maar het zijn de kleine zinnen in de intieme nummers van Zijlstra die blijven steken, als een graat in de keel of een brok van ontroering. Net zoals hij eerder te serieus en te braaf op het toneel staat dan als een van grotesk gespeelde emoties druipende shantyzanger. In het lied 'Tot slot' zit zo'n oneliner, verpakt in een gebroken verhouding, de sfeer van een naderende dood. Opeens zijn er twee regels met hoop. 'Alles wat ademt verlangt naar het licht. Alles wat groeit, is naar boven gericht'. Terwijl hij die zinnen zingt, worden Zijlstras opmerkelijk fréle, zoekende handen vast en zeker.

Herman Veenhof